Kern Gent De Pinte seizoen 2011-2012


Minibabbel 6

Opel Regniers viert volgend seizoen 35-jarig bestaan

Start in 1978 te Eke

Opel Regniers is in het minivoetballandschap een naam als een klok en minstens even bekend is de praeses van het team Jan Ongenae. Bijna 35 jaar geleden was een aankondiging in een Gents advertentieblad voldoende om enkele werkmakkers van Garage Regniers te doen beslissen een ploegje in te schrijven voor de kern Eke. Mannen van het eerste uur waren Jan Ongenae, Serge Rohart, Etienne Foré, Willy Claes, Eric Bingé en Frank Bouckaert. De start te Eke was om nooit te vergeten. De sporthal was half klaar en in een voorlopige cafetaria werkten de kranen niet, waardoor het bier onder onze voeten liep. Gelukkig was er voldoende om ook van boven iets binnen te gieten. De geelzwarten toonden zich onmiddellijk uit het goede minivoetbalhout gesneden en vertolkten van bij de start een vooraanstaande rol, zonder titelgewin evenwel. In de beginjaren '80 verraste de Opelploeg met de verschijning van Franco Pirelli in de Budapestsporthal. De Gentse balvirtuoos was toen in zijn glorietijd de chouchou van de Gantoisesupporters en op het kleine terreintje vermaakte hij vriend en tegenstander. We geven grif toe dat we persoonlijk ook nooit een speler ontmoet hebben die technisch gezien op een halve vierkante meter kon wat den Franco liet zien. Zijn bewegingen waren een streling voor het oog. Wegens zijn streken en Italiaans temperament was hij bij sommige scheidsrechters iets minder geliefd...

Toen in de beginjaren '90 interne strubbelingen de kop opstaken te Eke, week de club uit naar kern Latem/Deurle waar een vice-titel en derde plaats behaald werden. Intussen was in sporthal Hogeschool de kern Gent-De Pinte van start gegaan en na een eerste kennismaking met deze tempel werd niet getwijfeld om voor deze competitie te kiezen. In het eerste seizoen werd een derde plaats behaald, maar in de vier volgende jaren werden maar liefst drie titels ingeschreven. Op een bepaald moment speelde Opel Regniers zelfs met twee ploegen in de kern, en werden er in één seizoen twee kampioenstitels ingeschreven. Jan Ongenae lukte met een gouden minivoetbalteam ook enkele keren de dubbel, kampioenschap en beker. Bekende namen uit die tijd waren naast sterspeler Franco Pirelli ook Filip Bauters en Franky De Ghouy, Jo en Bart Van Acker, Marc De Waele en Walter Van Steenbrugge.

Ook actief buiten de kerngrenzen

Opel Regniers was niet alleen binnen de Gentse grenzen een bekende naam, want ook ver daarbuiten was de naam en faam bekend. De Gentse kampioenenploeg nam trouwens ook ieder seizoen deel aan de Beker van België en aan de Beker van Oost-Vlaanderen. Ze startten ook ieder seizoen als één van de grote favorieten aan de Keizer Karel Cup. In de Beker van België bereikten ze meerdere keren de kwartfinale met zelfs één uitschieter: een verloren halve finale. In de Beker van Oost-Vlaanderen speelden ze in 2005 de finale te Oudenaarde, die ze spijtig genoeg verloren van Café Pallieter Ursel, een verzameling eerstenationalers rond Dirk Verdonck indertijd. Bij één van de eerste edities van de Keizer Karel Cup betwistten ze ook de finale. Het blijven prestaties die aantonen tot wat deze kernformatie in staat was.

Opel Regniers was in die periode ook bekend om zijn uitspattingen naast het terrein. Adinda, de sympathieke cafetariahoudster van de Hogeschool, en later Olivia moesten meermaals smeken dat ze om vier in de morgen naar huis wilden gaan. In die tijd werd ook de jaarlijkse uitstap naar Marbella geboren. Vijf dagen met de mannen op stap. Ze zagen nauwelijks hun bed en kwamen doodmoe thuis. Voor de clubsfeer waren dergelijke uitstappen gewoon de max. Jan Ongenae loopt ook hoog op met de mentaliteit van die spelers indertijd. Het gebeurde meermaals dat onze advocaten Walter Van Steenbrugge en Jo Van Acker het superdruk hadden, maar ze stonden wekelijks aan de aftrap en na de wedstrijd vertrokken ze om 11 uur naar hun advocatenbureau om nog een paar uur te werken. Als secretaris moest ik ook nooit bellen of mailen. Na de match werd afgesproken voor de volgende partij en iedereen was er gewoon. Ik steek het niet onder stoelen of banken dat ik het moeilijk heb met de huidige mentaliteit van enkele spelers. Recent moesten we tegen Muggepuut voor het eerst in 35 jaar forfait geven. Dit was me nog nooit overkomen en ik vond het bijzonder erg. Ik achtte het zelfs nooit voor mogelijk. Wat sommige gastjes die amper een paar jaar tegen een bal stampen nadien op het forum durfden pennen, tart alle verbeelding. Ik moet toegeven dat het pijn deed, want ik mag toch stellen dat we in 35 jaar één en ander gepresteerd hebben.

Jan Ongenae de geboren organisator

We steken het niet onder stoelen of banken dat we in de voorbije jaren enorm veel opgestoken hebben van het organisatietalent van Jan Ongenae, in het dagelijkse leven verkoper in de Opelgarage aan de Brugsepoort. Kern Gent en Opel Regniers sloegen zowel in 1997, 2003 en 2005 de handen in mekaar om in het Gentse Tolhuis de finale van de Beker van België te organiseren. De resultaten mochten telkens gezien worden en bij iedere organisatie werd de lat een trapje hoger gelegd. We herinneren ons een organisatie met een videowall van 12 m² waardoor de VIP's in de VIP-ruimte alles wat op het terrein gebeurde konden volgen. Tussendoor werden er uiteraard de nodige reclameboodschappen uitgezonden, want Jan had een neus voor zaken doen en wou altijd tevreden sponsors zien na elke organisatie. Mensen die goed betalen, moeten goed verzorgd worden, was zijn motto. Van een andere organisatie onthouden we een schitterende persconferentie, dat zowat de gelijke met een luxe-trouwfeest kon doorstaan. Pers en clubverantwoordelijken werden eerst verwend in het gekende restaurant-hotel Cour St.Georges en na afloop werden ze met een oldtimer naar de Pacific van Franco Pirelli gevoerd, waar een orkest op het terras voor de nodige ambiance zorgde. Tegen het ochtendgloren kregen de resterende aanwezigen versterking van de Gentse politie, want er waren klachten over lawaaihinder... In 1999 organiseerde Opel Regniers in sporthal Bourgoyen ook een schitterende finaleavond van Oost-Vlaanderen. Samen met Walter Van Steenbrugge dateert uit die tijd ook het voetbaltoernooi dat de naam droeg 'advocaten tegen drugs'. De laatste jaren heeft Jan zijn werkterrein enigszins verlegd. Op het parcours van de Ronde van Vlaanderen zet hij in Horebeke een enorme VIP-tent neer, die telkens overvol loopt en de genodigden kunnen er een ganse dag genieten van spijs en drank en op een reuzenscherm Vlaanderens mooiste volgen. Voor dergelijke organisaties is enig talent nodig en je mag ervan op aan dat Jan nog weinig te leren heeft. Hij doet dat natuurlijk niet alleen en is enorm opgezet met de hulp van Patrick Vereecke, uitbater van restaurant Hof Ten Dries te Wondelgem. Patrick was dertig jaar geleden en evenveel kilo's minder een gevierd 800 m loper. Vele jaren bleef hij de felste concurrent van de ongenaakbare Yvo Van Damme. De centen die binnenkomen en buitengaan worden geteld door Luc Van De Maele, ook al iemand die jaren speler was bij Regniers en er blijven plakken is.

Opel Regniers sponsort de VMF-federatie

Binnen het minivoetbalwereldje is Opel Regniers uiteraard ook gekend als sponsor van de federatie. Dat kun je merken op de kaftbladzijden van dit federatieblad, op de truien van de scheidsrechters en op de wagens van het personeel. Men zou kunnen stellen dat Opel Regniers goed verwend wordt door VMF en dat is in feite ook de bedoeling. We verduidelijken echter heel graag dat het een win-win-situatie is. De federatie is enorm blij met de sponsoring van enkele voertuigen en de daaraan verbonden returnprijs is minder dan dat de verplaatsingsonkosten van het personeel zouden bedragen. De federatie is dus een winnaar, maar heel zeker ook het personeel dat op die manier van de luxe van een bedrijfswagen profiteert. We hopen uiteraard dat ook Opel Regniers een winnaar is, al vindt verkoper Jan natuurlijk dat er nog altijd iets meer leden de weg naar de Brugsepoort mogen vinden. Opel Regniers is volgend seizoen al 12 jaar sponsor van VMF en we hopen natuurlijk dat het bestaande contract met nog eens vier jaar kan verlengd worden. Wij geven alvast het goede voorbeeld, want bij ons thuis rijden ze ook allemaal met een Regnierswagen.

De traditionele afsluiter is hoe Jan de toekomst ziet. "Ik moet toegeven dat het de laatste paar jaar is iets minder is. We zijn niet meer de topploeg van weleer en daarom blijf ik koortsachtig op zoek naar een paar degelijke spelers, waarop ik wekelijks kan rekenen. Want dat is toch wel superbelangrijk, een hecht en trouw team tussen de lijnen kunnen brengen. De echte top zoals we gekend hebben, zal wellicht niet meer terugkeren. Daarom kijk ik er ook met zoveel voldoening op terug. Het mini heeft een groot deel van mijn leven bepaald en ik heb er veel vrienden leren kennen. Daarom alleen al is het een schitterende sport."


geen Ploeg i/d kijker in Minibabbel 4 en 5 wegens plaatsgebrek



Minibabbel 3

De Blauwe Tovenaars twintig jaar actief in de kern

Twintig seizoenen met dezelfde spelerskern

Bij nazicht van de clubaansluitingen valt het toch op dat reeds heel wat ploegen vele jaren actief zijn in onze kern. We zijn dus nog niet uitgeput om in deze rubriek enkele trouwe clubs in de kijker te plaatsen. Deze maand zaten we rond de tafel met de leden van De Blauwe Tovenaars.
Deze club staat bij ons bekend als de ploeg van de familie De Waele en de ploeg die in de loop van 20 seizoenen amper wijzigde qua spelersbestand. Foto's van toen en nu zijn daardoor wel eens confronterend, al valt het allemaal nogal mee want de 'anciens' zien er nog goed geconserveerd uit. De ploeg sloot in de kern Gent aan in 1992 en startte dus onmiddellijk in sporthal Hipso in de hoogste reeks. We speelden toen immers met 24 ploegen in twee evenwaardige reeksen.

Bart De Waele is al jaren hét gezicht van de ploeg en was in de jaren ervoor actief bij Forza Azzurri in de kern Eke. Met enkele schoolkameraden van Sint-Jan-Berchmans wou hij echter een eigen ploegje vormen. Het was de ploeg van de 'Barten', want naast Bart De Waele schreven ook nog Bart Van Laere, Bart De Pauw en Bart Lamont in. Daarnaast traden ook nog Jan De Waele aan en Ben Bundervoet, die momenteel meer gekend is als 'Buffalo-indiaan' op AA Gent, als cafébaas te Lochristi en als TV-vedette bij de beklimming van de Mont Ventoux. Het dient echter toegegeven dat hij ze in die tijd gemakkelijk binnentrapte. Hij was zonder meer de topscoorder van de ploeg en zo'n figuur mist de ploeg momenteel wel.

Weldra waren alle leden gebeten door de minivoetbalmicrobe, want naast de weekcompetitie schreven ze ook nog in voor de zaterdagreeks. De wedstrijden van die reeks werden toen nog in de sporthallen van Oosterzele en Kruishoutem gespeeld, een serieuze verplaatsing vanuit Sint-Amandsberg of Lochristi, maar dat hadden ze er graag voor over. Later schreven ze onder de naam 'De Vos Oostakker' ook in voor de nationale competitie. Ze promoveerden tot in derde nationale. Door het drukkere beroepsleven als neuroloog, radioloog en bankier en door het gezinsleven met de kindjes werd de zaterdagreeks en nationaal na verloop van tijd vaarwel gezegd, maar in de kerncompetitie wordt nog niet gedacht aan ophouden.

Ofschoon de resultaten dit seizoen niet om in te kaderen zijn. 'We hebben inderdaad betere tijden gekend, al mochten we in al die jaren nooit een kampioenstitel vieren. We sneuvelden enkele keren in het zicht van de meet en moesten ons tevreden houden met een vice-titel. In de beginfase speelden we lange tijd in de hoogste reeks en dan moesten we zeker op onze tenen staan om met kleppers als Pirelli, De Coninck en anderen te kunnen wedijveren. Franco Pirelli blijven we de knapste minivoetballer vinden aller tijden. Hij kon gewoonweg alles met een bal, al was hij in die tijd zeker niet onze beste vriend.

We verdedigden ons met alle middelen, de ene al wat meer geoorloofd dan de andere. We speelden verdedigend en durfden als het nodig was ook wel een 'professionele fout' maken. Het gaf ons zeker niet de beste naam en we werden door de tegenstanders zelden uitgeroepen als sympathiekste ploeg, maar toch bleef alles binnen de perken. We waren ook niet de beste maatjes van de scheidsrechters, want we maakten het hen niet altijd gemakkelijk. We dragen daar in feite nog de gevolgen van, want als we nu beleefd uitleg vragen, krijgen we prompt een gele kaart onder de neus geduwd...
It's a part of the game, maar sommige refs hanteren de protestcorner zeker niet zoals op de kernvergaderingen wordt uitgelegd en dat is spijtig. Sporten is emotie en sommige scheidsrechters treden meer als begrafenisondernemer op dan als spelleider. We herinneren ons ook nog een memorabele zitting van het sportcomité. Ben Bundervoet had iets uitgespookt en moest voor het 'tribunaal' komen. Als secretaris tekende ik met de handtekening van Ben verzet aan en op de zitting was het eerste wat Ben moest doen, zijn handtekening plaatsen. Het werd een zeer korte, maar dure zitting..."

Gestart als 'Blue Angels'

De Blauwe Tovenaars was niet de oorspronkelijke naam. In 1992 schreven ze immers in onder de naam 'Blue Angels'. "We vonden dit een fantastische naam en wij wilden zeker geen link of verwijziging naar de mannen op hun motor. Tot op zekere dag enkele 'echte leden' aan onze voordeur stonden om uitleg te vragen over onze bezigheden. Ze kwamen in opdracht van hun president in Schotland en omdat ze onmiddellijk stelden dat ze niet instonden voor de gevolgen als we onze naam niet wijzigden, kozen we wijselijk voor een nieuwe clubnaam, wat vooral mijn vrouw een heel wijze beslissing vond, want die mannen hadden toch indruk gemaakt...
Er werd gekozen voor een vrije vertaling 'De Blauwe Tovenaars' en we zijn er nog altijd niet uit of dit nu een gezelschapsspel is of een schoonmaakmiddel. We kregen al beide verklaringen te horen, maar daar is het zeker geen referentie naar.

Laat ons stellen dat het minivoetbal het bindmiddel gebleven is voor onze jarenlange vriendschap, want uiteraard komen we als oude schoolkameraden ook nog buiten het minivoetbal samen. Een barbecuetje hier of daar en een gezamenlijke skireis zijn ook zaken die ons en onze wederhelften samenhouden. We houden enorm van het spelletje en we vinden het vooral een heel betaalbare sport. Vroeger organiseerden we jaarlijks een grote fuif, later een groot eetfestijn en daarnaast genoten we ook nog wat sponsoring van Alfa Romeo Geyssens uit Lokeren, Verzek. De Pauw en nu het Argentakantoor van speler Bart Van Laere.

Vele jaren geleden waren we dicht bij de aansluiting van Hermans Brusselmans. We lazen in de krant over zijn voetballiefde en belden hem gewoon op. Hij zag het wel zitten, maar net op dat moment kreeg hij zijn zwaar motorongeval en was de voetbalcarrière van Herman voorbij. Als compensatie kwam hij samen met de uitbater van de Caruso als DJ draaien op onze fuif, waar wel zeker 600 à 700 aanwezigen waren. We hebben het altijd een toffe pee gevonden.

Heel veel toernooien hebben we niet gespeeld, omdat we lange tijd twee ploegen combineerden. Aan het toernooi te Moerbeke namen we wel enkele keren deel met een 30ste plaats als beste resultaat. We wonnen één toernooi en dat was in de zaal van IVAGO in de Gasmeterlaan. Het moet toch zowat een 15 jaar geleden zijn, maar we zullen nooit vergeten dat de ratten zo over het terrein liepen.
We schreven als bijzondere uitdaging ook ettelijke seizoenen in voor de Beker van België. Enkele seizoenen terug werden we tegen een Limburgse ploeg geloot en we kwamen overeen om op een zaterdag te spelen in een sporthal tussenin. Die sporthal vinden was al geen sinecure, maar uiteindelijk belandden we in Olen. Toen we daar aankwamen,bleken echter geen minivoetbaldoelen voorradig, ofschoon dat heel expliciet gevraagd en toegezegd was. In Antwerpen is minivoetbal en zaalvoetbal blijkbaar hetzelfde... Drie gemeenten verder waren er wel kleine doelen en de uitbater nam direct zijn auto met aanhangwagen. Dit bleken echter trainingsdoeltjes te zijn, half te klein. Van de nood werd een deugd gemaakt en de zaalvoetbaldoelen werden gewoon neergelegd en als doelvlak gekozen. We wilden die 'internationale' wedstrijd zeker spelen.
Dat getuigt in feite van onze fairplay, want als bezoekende ploeg konden we ook onze kar gekeerd hebben, maar geen haar op ons hoofd dat daar aan dacht. Tot overmaat van ramp verloren we heel nipt dit internationaal treffen omdat aan de overzijde een Turkske liep die echt alles met de bal kon.

Nu hebben we nog één ploeg, maar sommige leden als Bart De Waele speelt nog bij KBC in kern Eke en Peter Braekeveld treedt aan met de veteranen van Archifin, terwijl Jan en Tim De Waele ook nog het goede weer maken bij provincialer Cavalier. We vinden de kerncompetitie schitterend omdat er op diverse niveaus kan gespeeld worden. De sfeer is ook goed met een kernsecretaris die voor alle problemen een compromis uitdoktert. We moeten wel toegeven dat door de competitiegeest en de aansluiting van veel sterke, nieuwe ploegen het niveau in de hoogste reeksen de laatste seizoenen enorm gestegen is.

In 2005 tuimelden we een tweede keer uit de hoogste reeks en het lijkt er sterk op dat we volgend seizoen in derde zullen spelen... De tegenstanders verbeteren snel ofwel verouderen wij dan toch, wat we weigeren toe te geven. Al enkele jaren missen we een echte goalgetter. We zijn nog goed tot aan de vijfmeterlijn van de tegenstander. Daar missen we echter creativiteit, snelheid en explosiviteit. We willen echter de vriendengroep zo lang mogelijk samenhouden en aan stopppen wordt zeker niet gedacht. In 20 jaar hebben we nog nooit forfait gegeven en dat willen we zo houden, een voorbeeldploeg dus."



Minibabbel 2

Dagbladhandel Westveld blaast 30 kaarsjes uit

Gestart in '1981'

Nadat we in ons vorig nummer de festiviteiten van Café Den Hemel in de kijker zetten, waren we het onszelf verplicht ook eens aan tafel te gaan zitten met enkele bestuursleden van Dagbladhandel Westveld of met de kernploeg die al het langst bij ons actief is. Deze ploeg startte in 1981 trouwens onder de clubnaam '1981' in de donderdagreeks van kern Eke. Na 30 jaar blijft er nog één lid over van de stichters en dat is het alombekende gezicht van de ploeg, Guido Callaert. Dertig jaar terug was Guido speler-secretaris, momenteel is hij nog altijd één van stiptste clubsecretarissen van onze kern. Iemand die leeft voor zijn ploeg, maar het minivoetbal ook in een ruimere kring genegen is. Zo ging hij een aantal jaren geleden ook in op onze uitnodiging om toe te treden tot het VMF-sportcomité. Het was ons immers niet ontgaan dat deze minivoetbalfanaat alle minivoetbalmaterie onder de knie had en zeker een positieve bijdrage kon leveren voor een nog betere werking van de federatie. We zijn hem voor zijn jawoord van zoveel jaren terug nog altijd dankbaar.

In 1981 nam hij samen met zijn broer Léon, intussen spijtig genoeg overleden, en Patrick De Boel de beslissing om met hun veldvoetbalploeg Tonneke (actief in het Gentse Liefhebbersverbond) één keer in de week te trainen op een minivoetbalterrein. Ze verzeilden in de donderdagreeks van de kern Eke, waar ze in 1984-'85 vice-kampioen werden achter De Nachtridders. Dat was meteen hun sportief hoogtepunt, want in 30 jaar minivoetbal konden ze nog geen titel vergaren, maar dat is ook nooit de eerste ambitie geweest. In 2008-2009 legden ze nogmaals beslag op de dichtste ereplaats en in 1990 veroverden ze de fairplaybeker. "Wij spelen gewoon minivoetbal met de vrienden omdat we op die manier een schitterend sociaal contact onderhouden en uiteraard ook omdat we geweldig veel van het spelletje houden. Na dertig jaar ben ik nog de enige stichter die actief is, maar zijn er toch ettelijke leden die meer dan tien jaar lid en vriend zijn. Een icoon van onze club is zonder meer Marc Ternest, die erbij kwam in 1992 en vorig seizoen op 67-jarige leeftijd nog - zij het sporadisch - de pantoffels aantrok. Dit jaar trad Marc nog niet aan, maar blijft hij wekelijks op post. Marc is van onschatbare waarde omdat hij na al die jaren de ideale rustbrenger is in de ploeg. Als ouderdomsdeken weet hij alles perfect te relativeren en is hij de onopvallende stille kracht binnen ons team. Marc is het ideale bewijs dat bij ons zeker niet alleen het sportieve telt, integendeel. Die dertig jaar zijn in feite voorbijgevlogen en we onthouden uiteraard alleen maar de mooie dingen, al zaten er ook wel enkele zwarte bladzijden tussen. Waar we bijzonder fier op zijn is het feit dat we in 30 jaar nog geen enkele keer forfait moesten geven. Momenteel blijken veel clubs er niet in te slagen een seizoen rond te maken zonder ff te geven, ondanks er toch vele mogelijkheden om dit te vermijden. In welk verbond kun je één minuut voor aanvang van de wedstrijd nog een speler aansluiten?

Eén van de pioniers te Kruishoutem

Op de kleine terreintjes te Eke was het voor een veldvoetbalploeg uiteraard een enorme aanpassing, maar het mini kwam onze techniek zeker ten goede. Al die jaren behoorden we tot de betere ploegen, maar een titel zat er nooit in. Eind de jaren '80 ondervonden en hoorden we ook wel dat binnen NOMB en kern Eke niet alles koek en ei was en dat was ook één van de redenen waarom we in 90-91 verhuisden naar kern Melle, waar we fusioneerden met Tin Pan Alley, de ploeg van Marc Ternest. Samen met de split te Eke werd sporthal Bandi te Melle een jaar later echter verkocht. We moesten dus noodgedwongen terug naar Eke, waar het bestuur in ruzie lag en wij daarom kozen voor de 'afgescheurde tak' van kern De Pinte. Zoals later zou blijken, maakten we de goede keuze. Maar in het maidenjaar moesten we wekelijks wel uitwijken naar de 'Kijkuit' in Kruishoutem. In een piepklein, verouderd sporthalletje namen dertien ploegen de start. De kleedkamers waren al niet veel beter dan het tennisterrein, want na de eerste match verdween al onze shampoo in de spouwmuren. De open haard in de cafetaria maakte echter veel goed. Niet zelden zijn we er net onder of net boven ons theewater buitengewandeld.

In die periode kwam Peter Bruggeman, een tweede icoon, ons team versterken. In 1992 veranderde de clubnaam '1981-Tin Pan Alley' in Ongeletterde Liefde, een bekend studentencafé in de Overpoort. Eén van onze beste sponsoringen was het feit dat we in ons lokaal ieder jaar rond Kerstmis een 'druppelkot' (Gents voor jeneverstand) mochten openhouden. We hebben daar veel studentjes zien buiten strompelen of rollen. Centen vergaren is een jaarlijkse, maar niet onmogelijke opdracht. We houden ieder seizoen nog een minivoetbaltoernooi in Sint-Jozef en het is opvallend dat daar heel bezoekers/niet-sporters op afkomen. Dit jaar gaat het door op zaterdag 3 december en opvallend is dat het toernooi al jaren heel rustig, sportief en gezellig verloopt. We hebben sinds 1994 in Dagbladhandel Westveld natuurlijk ook een belangrijke clubsponsor. Het is de zaak van speler Filip Moeraert en een bewijs dat bij ons ieder lid zijn steentje bijdraagt, maar Filip dus duidelijk iets meer dan de overigen. We doen naast het mini heel wat uitstappen, maar die worden nooit gedragen door de clubkas. Iedereen heeft er graag een eigen bijdrage voor over. Jaarlijks zijn we op Sint-Baafsplein present voor de Gentse nieuwjaarsreceptie. We zijn ook altijd met een kleine of grotere groep aanwezig op het kernfeest in Salons Wellington en waren vroeger steevast aanwezig op de nieuwjaarsrecepties van de kern. We vonden het in Cour St.Georges en Hof Ten Dries telkens heel gezellig, maar stelden ook vast dat het aantal deelnemers jaar na jaar terugliep. We organiseren met de club ook wel eens een barbecue of ander eetfestijn, varen met een 25 leden de Leie af of brengen een bezoek aan dit of dat.

Sensationele groei te Gent

In al die jaren hebben we het mini uiteraard zien evolueren. Het meest frappante is uiteraard de blijvende groei van de kern. Wij waren één van de dertien pioniers in 1991, maar 20 jaar later spelen er 213 clubs in de Gentse kern. Zoals zovelen vinden wij het er ook supertof. Een groot voordeel is natuurlijk dat er in vier niveaus gespeeld wordt. In iedere reeks wordt de nivellering jaar na jaar nog groter. Wij spelen nu al enkele seizoenen in de tweede reeks, waar we ons bijzonder goed voelen. Onze ambitie ieder seizoen is de topvijf spelen, maar je kunt ervan op aan dat geen enkele wedstrijd vooraf gewonnen of verloren is. Kwetsuren van spelbepalende spelers kunnen een grote invloed hebben, zeker bij ons voor een ploeg waarvan de gemiddelde leeftijd stilaan boven de 35 draait. Gelukkig voor ons werden we enkele seizoenen terug niet verplicht als vice-kampioen te promoveren naar eerste. We zijn ook tevreden over de sportiviteit in de kern. Uiteraard speelt iedereen om te winnen, maar de meeste clubs spelen ook echt voor the fun en met respect voor de tegenstander. De laatste seizoenen is het opvallend dat steeds meer en meer studenten binnenvloeien, maar dat verloopt heel vlot. Hoelang wij er met de ploeg nog mee doorgaan, valt echt niet te zeggen, zeker nu niet.

Zoals een schrijver zijn laatste boek het beste vindt, vinden wij ook de huidige lichting de beste. De vijfde speeltime blijft voor ons heel belangrijk en dat is in feite een belangrijke barometer voor de werking van een club. Het minivoetbal is wel tactischer geworden en daarom werd de voordeelregel noodgedwongen ook herschreven. Het blijft er echter gemoedelijk aan toegaan en we hebben via het minivoetbal toch veel mensen (vrienden) leren kennen. In de jaren '80 in de cafetaria te Eke, daarna te Kruishoutem en uiteraard ook in sporthal Hogeschool te Gent. Bij de kernstart was er in Gent geen cafetaria, daarna moesten we de eerste uitbater letterlijk wakker houden, maar toen kwam Adinda en dat was een ongelooflijke metamorfose. Later werd ze afgelost door Olivia en kunnen we stellen dat we ons al heel veel minivoetbalavonden enorm geamuseerd hebben. Het zal heel moeilijk worden om het spelletje volledig te kunnen loslaten. Naast de competitie nemen we ook deel aan de Full Time Cup en nemen we ieder seizoen ook deel aan het zomertoernooi in sporthal Budapest te Eke, terug naar onze roots dus. Na 30 jaar kennen we het minivoetbalwereldje wel een beetje, maar blijven we het superleuk vinden. Speler Peter Bruggeman liet zich enkele seizoenen terug overhalen om scheidsrechter te worden en ik merk dat nog heel wat leden van de kern zijn voorbeeld volgen. Met ons tweetjes zijn we steevast van de partij op de grote organisaties van de federatie. De jaarlijkse bekerfinale in het Tolhuis is een hoogtepunt dat we niet willen missen, maar we tekenen ook present op de Oost-Vlaamse finaleavond of Supercup. Het minivoetbal heeft mij al heel mooie momenten geschonken en ik wil daar heel graag iets blijven voor terug doen.



Minibabbel 1

Cafe Den Hemel viert 20-jarig bestaan

West-Vlaamse studenten startten in 1991

De grootste VMF-kern scheurde in 1991 af van kern Eke en kern 'De Pinte' startte in dat jaar in een tennishalletje te Kruishoutem als 'nieuwe kern' met dertien ploegen. Van die dertien pioniers zijn er na 20 jaar nog steeds twee actief, Dagbladhandel Westveld en Café Den Hemel. Westveld speelde toen onder de naam 1981 en is dus al 30 jaar actief. Café Den Hemel startte de minivoetbalcarrière in 1991 als MVC Kraaienest. Deze ploeg vierde zonet dus het twintigjarig bestaan, een uitstekende gelegenheid om met secretaris Gino Ameye en voorzitter Filip Morisse eventjes aan tafel te zitten. Het werd een heel aangename, vlotte babbel. "Wij waren een groepje net afgestudeerde West-Vlaamse studenten psychologie die toen bij NOMB aanklopten om in competitie aan te treden. Als student speelden we wekelijks een matchke minivoetbal in het GUSB, maar toen de meeste sporters afgestudeerd waren, stak het tegen om wekelijks in de rij te gaan staan om een sportuur af te huren. Voor het gemak sloten we aan bij een kerncompetitie, maar dat we wekelijks naar Kruishoutem moesten bollen, was ook geen cadeau. Gelukkig waren er net een tweetal leden die een auto hadden. Het terrein te Kruishoutem stelde niet veel voor, maar de cafetaria met open haard was des te gezelliger. Als nieuwkomer kregen we de eer de competitie te openen tegen uitgeproken titelfavoriet The Monkees. We lukten de openingstreffer, maar de euforie was van korte duur, want we kregen direct een tiental goals om onze oren. Ook in de wedstrijden erna waren de sportieve uitschieters niet om over naar huis te schrijven. Gelukkig voor ons verhuisde de competitie nog in datzelfde seizoen naar Gent, maar in den Hipso was er aanvankelijk geen cafetaria, een even groot drama dus voor ons. Na het eerste seizoen werd er dan ook getwijfeld over verdere deelname. Een heel nipte democratische stemming besliste over het verdere kernbestaan. Na enkele seizoenen werd Kraaienest vervangen door sponsor EFK, een Evergems toeleveringsbedrijf, en werd de Spinnekop ons nieuw clublokaal. We mogen stellen dat wij gulle sponsors waren van dat café, want of we om 19 uur of 22 uur speelden, we hadden een vast uur om diep in de nacht naar huis te sukkelen. Toen we later ook enige steun genoten van Café Den Hemel beleefden we ons financieel hoogtepunt.

Unieke vriendschap

Sportief hebben we nooit hoge toppen gescheerd. We speelden doorlopend in de laagste reeks, enkel twee seizoenen geleden promoveerden we van vierde naar derde en het lijkt er sterk op dat we heel snel opnieuw naar vierde zullen tuimelen. Het mooiste aan het minivoetbal is dat de vriendengroep van 20 jaar terug overeind is gebleven. Meerdere spelers maakten de start mee of kwamen er kort nadien bij, waardoor het duidelijk is dat we momenteel als superveteranen in de kern aantreden. Alle spelers zijn veertigers. In feite hebben we ook nooit een verjongingskuur ingevoerd, want de enkele spelers die er later bij kwamen, waren zeker niet jonger dan het bestaande potentieel.

Ons spelconcept is wel wat gewijzigd. Vroeger leverden we de bal gewoon af aan Carlos Duthieuw en die deed er wel iets (of niets) mee. Momenteel spelen we meer georganiseerd met de nadruk op een stevige defensie. Techniek hebben we nooit gehad, maar tactisch zijn we sterker geworden. We vrezen enkel voor onze fysieke toestand. We zijn veel minder wendbaar geworden, want naast de jaren zijn er bij enkele ook enkele kilootjes bijgekomen...

Dat we het zolang volhouden, typeert onze hechte vriendschap. Ik denk zelfs dat het uniek is dat een groep studenten na twintig jaar nog altijd samen minivoetbalt en minstens tweemaal per jaar op weekeind gaat. In september hebben we een jaarlijks voetbalweekeind, dit is uitsluitend voor de spelers en hun partners en kinderen. Net voor nieuwjaar hebben een tweede weekeind met deelname van ook niet-minivoetballers. Telkens is de limiet 50 personen. We willen/kunnen niet boven dat aantal gaan. De voorbereiding van deze organisaties vergt ook enkele samenkomsten, want vergaderen is onze tweede hobby. Dat zorgde indertijd wel voor enige commotie bij onze wederhelften die het weinig apprecieerden dat we tijdens het voetbalweekeind ook telkens een paar uur uittrokken voor de onvermijdelijke clubvergadering. We dienen er geen tekeningetje bij te maken dat dit meestal uitdraaide op een stevig potje pinten pakken. Na twintig jaar werd recent beslist dat de volgende organisaties in handen gegeven worden van onze vrouwen... Je moet ook weten dat we in juni onze jaarlijkse bestuursvergadering houden met barbecue voor enkel en alleen de spelers. Geen hoogstaande culinaire bijeenkomst, een beetje op zijn Duits eerder met heel veel worsten en brood en heel veel grote pinten. Op die bijeenkomst wordt telkens het nieuwe bestuur gekozen. Zich kandidaat stellen is taboe en een bestuursfunctie weigeren is dat nog meer. We kregen daardoor dan ook secretarissen van diverse pluimage. Enen die een gans jaar op één bierkaartjes samenbracht en een andere die alles piekfijn op computer uitwerkte. De laatste jaren is het wat rustiger geworden op de bestuursvergaderingen en zijn wij twee tot zowat het vaste duo gebombardeerd. Na twintig jaar hebben we een boek vol anekdotes, de ene al wat meer geschikt voor publicatie dan de andere. Jaarlijks organiseren we een fuif om met de opbrengst onze competitie te betalen. De eerste editie ging door in feestzaal Vooruit in Gent. We hadden 200 pistolets klaargemaakt en verkochten er zeven... Daarna verhuisden we naar zaal Melac in Zwijnaarde en de laatste jaren organiseren we steevast in Gentbrugge. We vinden dus werkelijk van alles uit om samen te zijn. Minivoetballen is een groot deel van ons leven geworden en we geven het grif toe dat het er totaal anders zou uitgezien hebben zonder een eerste inschrijving in kern De Pinte. Hoelang we er nog mee doorgaan, is niet te voorspellen, wellicht tot er enkelen in een rolstoel zitten. In een kerncompetitie hebben we de luxe dat alles voor ons geregeld wordt en dat het er heel gemoedelijk en sportief aan toegaat. Echt heel plezant, al willen we nu wel dringend een eerste overwinning vieren.

Zware kwetsuren hebben we nog niet opgelopen, maar Sam Eggermont viel ooit wel over de bal op zijn achterhoofd. Vroeg daarna telkens hoeveel het stond, hoe laat het was en of hij al gescoord had, maar het duurde tot in de cafetaria vooraleer we het in de miezen hadden dat hij voor één keer niet de lolbroek uithing, maar een zware hersenschudding had opgelopen. We werden in feite pas wakker nadat hij een cola vroeg en dat was eerder nooit gebeurd! Eén speler presteerde het om zijn huwelijksreis af te gelasten. Tijdens de match had hij een kniekwetsuur opgelopen, het zwelde wat op, maar de pinten nadien deden alle leed vergeten. Hij moest 's anderendaags heel vroeg op om met zijn kersverse vrouw op huwelijksreis te vertrekken, maar toen was de omvang van het knietje verviervoudigd en mocht alles afgelast worden...



De viering van het twintigjarig bestaan werd een traditioneel familiefeest, een driedaagse te Leupegem met op zaterdagnamiddag een sportieve ontmoeting tussen spelers en oud-spelers, tussen vrouwen en kinderen, tussen jong en oud, tussen dik en dun.
's Avonds was er een heel gezellig feest voor iedereen die ooit ook maar iets met de bende van Den Hemel te maken had. Op zondag werd lang uitgeslapen en alles netjes opgeruimd en werd er al hardop gedacht aan het volgende feest.

Café Den Hemel is echt één van die ploegen die voor de unieke minivoetbalsfeer zorgen in de Gentse kern. Op het palmares prijken ze als fairplaywinnaar van het seizoen 2009-2010. We geven hen graag ook de trofee van één van de tofste en sociaalste ploegen van de kern.